Congres Aardgasvrije wijken (23 januari 2020)

Donderdag 23 januari was het eerste Congres Aardgasvrije wijken in Nieuwegein. Paul Oomen praat ons even bij.

Zo’n 1200 mensen (vooral professionals) waren naar Nieuwegein gekomen om te horen over de voortgang van het Programma Aardgasvrije wijken, deel te nemen aan sessies en informeel bij te praten. Ik (Paul Oomen) ontmoette er bekenden uit Utrecht, zowel ambtenaren als vertegenwoordigers van bewonersinitiatieven. Het programma bevatte een plenair deel en een groot aantal deel- en parallelsessies. Op deze pagina vind je hierover meer informatie.

Hoofdlijnen

Van al hetgeen dat op zo’n dag tussen mensen wordt uitgewisseld, kun je natuurlijk maar een klein deel sponzen. Toch krijg je een beeld van de ontwikkelingen op hoofdlijnen. Het onderstaande is een selectie van zaken die mij persoonlijk in het oog sprongen:

De energiestransitie komt maar langzaam op gang. – In 2030 willen we 1,5 miljoen woningen verduurzamen en aardgasvrij maken. De mensen in de zaal konden met hun mobiele telefoon hun stem uitbrengen op een aantal stellingen. Op de vraag ‘zijn we goed op weg met het aardgasvrij maken van woningen?’ antwoordde 79 procent ‘nee’.

Sociale cohesie lijkt een belangrijke, zo niet, kritieke succesfactor. – Er tekent zich een patroon af. De plekken waar momenteel vooruitgang wordt geboekt zijn niches, kleine gemeenschappen met een sterke sociale cohesie. De karretrekkers van die initiatieven zijn mensen die elkaar bijvoorbeeld ook kennen van de carnavalsvereniging. Dat geeft te denken. In de (groot)stedelijke omgeving is de sociale cohesie de afgelopen decennia namelijk enorm geërodeerd.

‘Betaalbaarheid’ is niet hetzelfde als ‘woon/energielasten-neutraal’ – Velen zijn ervan overtuigd dat de energietransitie lang niet voor iedereen ‘kosten-neutraal’ kan worden doorgevoerd. Ze wijzen op het belang van het managen van verwachtingen. De eerste voorbeelden van plaatsen waar dit niet of onvoldoende is gebeurd, zijn er al. Met alle gevolgen van dien.

Opvattingen

Er bestaan tussen gemeenten diametraal tegenovergestelde opvattingen over hoe en wanneer bewoners bij de transitie moeten worden betrokken en het moment en de wijze waarop er met bewoners moet worden gecommuniceerd.

Dit werd duidelijk uit een plenair tweegesprek tussen een communicatiedeskundige van de gemeente Amsterdam en een projectleider van de gemeente Eindhoven. Amsterdam staat op het standpunt dat alle bewoners vroegtijdig moeten worden betrokken en dat zo vroeg en zo breed mogelijk met hen moet worden gecommuniceerd. Eindhoven daarentegen neemt als uitgangspunt dat het pas met bewoners in gesprek gaat op het moment dat de gemeente zicht heeft op oplossingen en kiest ervoor alleen met bewoners te communiceren van de wijken waarin de gemeente daadwerkelijk aan de slag gaat.