Utrecht op weg naar aardgasvrije toekomst

Energie-U en Copernicus Instituut bundelen hun krachten

Wat hebben de Utrechtse Energiecoöperatie Energie-U en het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht met elkaar gemeen? Beide organisaties zijn actief betrokken bij de energietransitie in de stad. In het visiedocument ‘Welke energie gebruikt Utrecht in 2050?’ worden de mogelijkheden tot nadere samenwerking uiteengezet.

Klimaatakkoord en Transitievisie Warmte

In het Nederlandse Klimaatakkoord van juni 2019 zijn afspraken vastgelegd omtrent het aardgasvrij maken van 7 miljoen woningen en 1 miljoen overige gebouwen in de komende 30 jaar. Voor de Gemeente Utrecht betekent dit dat er in aanloop naar 2050 zo’n 120.000 woningen en nog eens 6000 andere, bedrijfs- en utiliteitsgebouwen van het gas af moeten. Om dit te realiseren werkt de Gemeente Utrecht momenteel aan haar Transitievisie Warmte. Die moet vóór het einde van dit jaar zijn afgerond. Inclusief concreet omschreven plannen voor de warmtetransitie van wijk tot wijk en warmtebronnen die als alternatief voor aardgas kunnen dienen.

Samenwerking: opmaat en vervolg

In hoeverre kunnen Energie-U, die de belangen van de inwoners van Utrecht vertegenwoordigt, en het Copernicus Instituut, dat staat voor onafhankelijk onderzoek en onderwijs op het gebied van duurzame ontwikkeling, daartoe bijdragen? Welke initiatieven en activiteiten worden door beide organisaties momenteel ondernomen, en hoe kunnen ze elkaar daarbij versterken? In het visiedocument ‘Welke energie gebruikt Utrecht in 2050?’ worden de recente ontwikkelingen beschreven op zowel gebouw- als wijkniveau en worden de kansen voor een verdergaande samenwerking onder de loep genomen. Het document is een logisch vervolg op de kennissessie in juni 2019, die was gewijd aan de energievoorziening in Utrecht in de toekomst. Op de door Energie-U georganiseerde avond vertelden Copernicus-experts Gert Jan Kramer, Atse Louwen en Martin Junginger over de rol van respectievelijk waterstof, zonne-energie en biomassa, sprak Maurice Hanegraaf van TNO over geothermie, nam ondernemer Robin Berg van LomboXnet en We Drive Solar opslag en uitwisseling van energie voor zijn rekening en ging Joost Brinkman namens Rijne Energie in op eigenaarschap van nieuwe energievoorzieningen.

Van aardgas naar aardgasvrij en van centraal naar decentraal

Hoe het allemaal zo ver is gekomen? Aardgas werd in de jaren ’60 massaal ingevoerd in plaats van steenkool en aardolieproducten. Dit ging gepaard met een top-down, gecentraliseerde benadering. Terwijl de energietransitie die al in de jaren ’80 in gang is gezet en ondertussen breed wordt gedragen, juist gepaard gaat met een bottom-up benadering en decentralisatie van energiesystemen. Mooie, lokale voorbeelden daarvan zijn We Drive Solar, evenals Buurtstroom, een initiatief dat in 2016 is gestart door Energie-U maar ondertussen een zelfstandige coöperatie is, waarbij buurtbewoners samen profiteren van de door hun panelen opgewekte zonnestroom.

Warmtetransitie op wijkniveau: hoe dan

Voor de opwek van duurzame elektriciteit zal in de toekomst zoveel mogelijk gebruik gemaakt kunnen worden van zon en wind. De meest prangende vraag op dit moment is: wat moet er gebeuren ten aanzien van de duurzame warmtevoorziening? Zo zijn er binnen de Gemeente Utrecht momenteel zo’n kleine 37.500 woningen en nog eens 1000 gebouwen op Stadsverwarming – dus vooral op aardgas – aangesloten. Wat moet daarmee gebeuren? Welke alternatieven zijn er voor handen om aardgas te vervangen door andere, duurzamere warmtebronnen? Waarbij je zoveel mogelijk gebruik kunt blijven maken van de reeds aanwezige infrastructuur?

Onderzoek Copernicus en aardwarmte

Om meer inzicht te krijgen in de toekomstige, duurzame warmtevoorziening voor Utrecht, zijn binnen het Copernicus Instituut in de afgelopen twee jaar een viertal verkennende modelstudies verricht. In alle vier studies ligt de nadruk op locatie-specifieke oplossingen.

In het visiedocument (zie onderaan de pagina) worden de belangrijkste toepassingsmogelijkheden van stadsverwarming versus warmtepompen uitgelegd. Vervolgens worden, in het kielzog van de vier studies, de mogelijkheden, beperkingen en voorwaarden ten aanzien van collectieve warmtenetten afgezet tegen die van – individuele – warmtepompen. Ook worden hoge- versus lage-temperatuur warmtebronnen tegen elkaar afgewogen. Ten slotte wordt er stilgestaan bij de impact van al die alternatieven voor de bewoners in technisch, economisch maar ook sociaal opzicht. Laatste is immers, zo wordt ook in het Klimaatakkoord benadrukt, misschien wel het belangrijkste obstakel binnen de energietransitie-opgave.

Toekomstig onderzoek zal zich gaan toespitsen op duurzame warmtevoorziening op buurtniveau, evenals op een stap-voor-stap benadering voor de verschillende mogelijkheden voor gebouwisolatie en -renovatie en de inzet van (lokale) duurzame warmtebronnen.

Ook aardwarmte oftewel geothermische warmte uit diepteboringen vormt wellicht een interessante optie voor de toekomstige warmtevoorziening. Daarvoor zal dan ook aansluiting gezocht worden bij andere, in die materie gespecialiseerde partijen en initiatieven. Waaronder TNO, Expertisecentrum Warmte, Warmtebron Utrecht en Stichting Platform Geothermie.

Energie-U en Buurtwarmte

Ook Energie-U, alweer 10 jaar actief in de stad en nota bene zelf van oorsprong een bewonersinitiatief, is in toenemende mate betrokken bij de energietransitie op wijk- en buurtniveau. Een mooi voorbeeld daarvan is Buurtstroom, de Utrechtse variant op de postcoderoosregeling. Energie-U is daarnaast betrokken bij verschillende buurt- en Buurtwarmte-initiatieven in onder meer Lunetten, Hoograven, Tuindorp, Veemarkt en Overvecht-Noord.

Krachten bundelen

Op welkte terreinen kunnen Energie-U en Copernicus elkaar versterken? En hoe? 
Energie-U zet zich in voor de Utrechtse warmtetransitie langs drie lijnen: 1) informeren van bewoners, 2) stimuleren en coachen van buurtinitiatieven en 3) ontwikkelen van het Buurtwarmte-initiatief. Aan al die drie doeleinden kan het Copernicus Instituut een actieve bijdrage leveren middels onderzoek en onderwijs. Te denken valt daarbij aan 1) kennis- en inspiratiesessies voor bewoners, 2) onderzoek met en voor buurtbewoners en 3) onderzoek naar uiteenlopende aspecten van Buurtwarmte.

Meer weten?

Bekijk hieronder (of download hier) het visiedocument ‘Welke energie gebruikt Utrecht in 2050?’ met bijdragen van Paul van Seters en Sander Willemsen (Energie-U) en Gert Jan Kramer, Wen Liu, Leo Meyer en Bert de Vries (Copernicus Instituut).

Welke energie gebruikt Utrecht in 2050.maart 2020

Tekst: Erzsó Alföldy.